Doorgaan naar hoofdcontent

Over mijn Lucebert


Een kleine ode aan Lucebert. De eerste dichter die me echt van mijn sokken blies.


Ik kende enkele klassiekers en droeg als kind al Gezelle voor, maar toen ik een bundel vasthad van Lucebert wist ik dat ik als jonge dichter nog een héél lange weg te gaan had.
Zijn beelden, zijn ritme en taalgevoel voelen zo puur en intens aan dat ik met veel eerbied buig voor hem, net zo eerbiedig als voor zijn teken- en schilderwerken trouwens, een echte keizer van de vijftigers.
Zoals in alle kunsten die me raken, is dit omdat ze me een nieuwe kijk op de dingen geven, me mogelijkheden tonen waar ik zelfs nog niet het besef van had of me net daar overvallen waar ik het niet verwacht. Ze raken en inspireren dus. En als ze zodanig goed zijn dat ik het gevoel krijg; dit kan ik niet, dan ben ik gezond jaloers en vind ik het echt goed.
Hij is de eerste dichter waarvan ik zo’n dure first print kocht. Dat was in een antiquariaat te Brussel. Mijn eerste jaar op de filmacademie. Een donker kot in de Rue Royale en vluchtend in de straten van deze grootstad op zoek naar oud geurend papier, zinnen van lang gelden die nog iets wisten te vertellen. Een fragment uit mijn dagboeken van toen:

“Zo kwam ik haar tegen. Verstopt achter enkele uitgelezen figuren. Alfabel. Een Lucebert. Eerste druk, 1955. Duur. Tweeduizendvijfhonderd Belgische franken. Ik had net genoeg op mijn rekening. Bedoeld om me door mijn eerste maanden hier te helpen. Alfabel fluisterde mijn naam. Ik liet haar achter. Ik liep weg. Zoals wel meer gebeurde. Ik dwaalde nog enkele uren door de straten, van Manneke Pis naar de Beurs, de Munt tot aan de Paleizenstraat en nog eens terug. Geld afhalen of niet? Als een wulpse hoer vlak achter het Noord bleef ze me lokken, in mijn dichtersziel was het vermijden van haar aanraking een zonde. Want wat was ze mooi. Ik had haar nooit mogen openen. Ik had van haar moeten afblijven, mijn Alfabel.

Laatste dag van de week. De rekening geplunderd, nauwelijks iets gegeten. Alleen het hoogst noodzakelijke. Ik spaarde, ook voor de volgende weken. Want ik wilde haar. De winkel ging bijna sluiten. Ze was er nog. Ik nam haar mee. Een euforisch gevoel en een gevoel van schuld overvielen me. Ik zal haar nooit meer loslaten.
Wat enkele zinnen en goed gekozen beelden in een mens kon losmaken. Dat wilde ik later ergens ook kunnen bereiken. Het was een bijna spirituele en tegelijk relativerende ervaring. Iets zoals... een goed geschreven gedicht.”

Het inspireerde me meteen zelf tot wat schrijfsels, Boekenlief/Jij Alfabel.

Ik heb al wel wat van Lucebert. Bundels, soms in eerste druk, meestal in herdruk. Een schilderij of pentekening van hem heb ik nog niet. Dat is duur, nog duurder dan een eerste druk. Ik vind het nog steeds erg dat ik hem niet eerder ontdekte, dan had ik Lucebert opgezocht, misschien zelfs bij hem in de leer gegaan. Als hij dat wilde. Nu heb ik zelf moeten leren, via enkele authentieke leraren zoals Lauwaert, Bergman en Devroe en inspiratoren zoals Lucebert, Spilliaert en Nietzsche.

Sinds de komst van het wereldwijze onzin pluk ik ook gretig uit online meesters en meesteressen. Maar dat is iets anders, dat kopieer ik niet. Dat doet me rebelleren. Dichters zoals Lucebert mis ik wel. Een zinnenstrelende verleider in woord en beeld. Net zoals nu, neem ik zijn woorden soms nog vast, niet elke dag, maar wel als ik honger heb, honger naar inspiratie of gewoon een lesje nodig heb, een lesje in nederigheid.



In het filmpje lees ik voor uit de bundel “Val voor vliegengod”, welk ik ontdekte in een antiquariaat in Deventer, een eerste druk uit 1959. De droomstad van mijn broertje. Hij filmde me met het fototoestel. Ik had het boekje in de hand op een terrasje bij en moest en zou dit even brengen. De titel is: “Er is een grote norse neger.” Dat woordgebruik kon toen nog. Het is trouwens ook een kritiek op de blanke almacht.

Nota: 26/02/18
Het hierboven vertelde is een ode aan mijn Lucebert, zoals ik hem ken(de). Naar aanleiding van de biografie (Hazeu) dat over hem verscheen en de ontdekking dat hij in zijn jonge adolescente jaren ultrarechtse sympathieën zou gehad hebben, kan ik er hier weinig aan toevoegen. Iedereen maakt uiteindelijk zijn en haar keuzes en zal hiermee moeten leren leven. Hij liet zich meeslepen door de propaganda en zette er zich daarna tegen af. Hij evolueerde van rechts naar links zo lijkt me en dit zoals hij was: schreeuwend tegen de norm. Voor de rest blijft hij voor mij, mijn Lucebert.



Reacties

Populaire posts van deze blog

Boekenbeursblues

"Eindelijk zit ik er dan, nu met het derde boek uit de Dalca reeks: levensgif"

Het was altijd een droom van me om ooit op de boekenbeurs te mogen signeren. Nu zat ik er met een hele trilogie aan boeken. Samen met Johan, want we schreven de boeken samen. Hoofdstuk om hoofdstuk, corrigerend, discussiërend en evoluerend. Lerend ook van hem en zijn ervaring in het schrijven van jeugdboeken. Met "De demonen van Dalca" als trilogie wilde ik het fantasygenre als metafoor gebruiken om iets te kunnen vertellen over wat veel jongeren nu overkomt en me ergens, in een ver verleden, zelf overkwam. Een mooi schrijfproject.

Toch, blijft er het gevoel bij me dat ik er ook wil zitten met eigen werk in mijn stijl. Dat wordt de volgende schrijfuitdaging. Een solo boek: een verhalenbundel, roman, poëzie, theater… er ligt vanalles in de lade klaar om uitgewerkt te worden. Het is namelijk belangrijk als (aspirant) schrijver om regelmatig ideeën neer te schrijven, gegevens te verzamelen …

Ik ben geen konijn.

Wat nu met dat eten?"Ik ben geen konijn." Dat is inderdaad wat mijn vader altijd zei als er teveel groenten op tafel kwamen. Dat komt nog vanuit een andere generatie. Bewust eet ik anders nu, al is het maar om die voetafdruk te verkleinen. Maar het wordt me de laatste tijd niet gemakkelijk gemaakt. Ik eet tegenwoordig erg veel salade. Toch een konijn? Waarom?

Over zeven nachten zonder

Zeven nachten werden zeven jaren of toch zoiets. De tijd gaat snel en elke gedachte die je onderzoekt en elke zin die je uitpuurt telt mee, het maakt de tijd vol en voor je het weet zijn je verhalen gegroeid en nemen zij hopelijk een stukje van je mee zodat je zelf lichter wordt.
Nu, de vier staat al vooraan op mijn telraam, maak ik mijn solodebuut als schrijver. Wilde ik het eerder? Neen, niet echt. Als dichter had ik ze al gemaakt, als co-scenarist en co-schrijver ook. Maar nu was het tijd om iets meer van mezelf te laten zien. En dat doe je pas als je er klaar voor bent. Of niet. Dat is de sprong die je dan waagt, met alle fouten die er nog aan kleven. Uiteindelijk moet je er zelf ook door leren. Met deze “Zeven nachten zonder”, ingeleid door een proloog en omwikkeld met een epiloog, laat ik de lezer kennismaken met zeven personages op zoek naar… de liefde of?
Trots
Ja, het maakt me trots dit boekje te zien liggen zo tussen Jeroen Meus en andere kookgoden in de lokale krantenwinkel. …

Over de verantwoordelijkheid van de (sociale) media