Doorgaan naar hoofdcontent

Boekenbeursblues




"Eindelijk zit ik er dan, nu met het derde boek uit de Dalca reeks: levensgif"

 

Het was altijd een droom van me om ooit op de boekenbeurs te mogen signeren. Nu zat ik er met een hele trilogie aan boeken. Samen met Johan, want we schreven de boeken samen. Hoofdstuk om hoofdstuk, corrigerend, discussiërend en evoluerend. Lerend ook van hem en zijn ervaring in het schrijven van jeugdboeken.
Met "De demonen van Dalca" als trilogie wilde ik het fantasygenre als metafoor gebruiken om iets te kunnen vertellen over wat veel jongeren nu overkomt en me ergens, in een ver verleden, zelf overkwam. Een mooi schrijfproject.


Toch, blijft er het gevoel bij me dat ik er ook wil zitten met eigen werk in mijn stijl. Dat wordt de volgende schrijfuitdaging. Een solo boek: een verhalenbundel, roman, poëzie, theater… er ligt vanalles in de lade klaar om uitgewerkt te worden. Het is namelijk belangrijk als (aspirant) schrijver om regelmatig ideeën neer te schrijven, gegevens te verzamelen waarover je iets wil schrijven en dagboeken bij te houden. Alles om je volgend verhaal te kunnen verrijken en je schrijven te blijven oefenen.

Persoonlijk mag ik niet uit het oog verliezen om die agenda van me te vol te zetten.


Tijd maken om te schrijven zal nu de grootste uitdaging zijn voor me. Als je met twee schrijft is er meer druk en reden om te schrijven, je wil de ander niet laten wachten. Als je alleen schrijft is er meer nodig. Want niets lijkt dringend op dit moment behalve de agenda van je dagelijkse werk. Je sust jezelf dan, dat je op pensioengerechtigde leeftijd ook nog kan schrijven; als de artrose ondertussen niet in je vingers zit. 

Zolang ga ik niet kunnen wachten, het zou niet gezond zijn. Ik neem me voor om vanaf nu elke week minstens één avond alleen maar te schrijven. Het heeft puur met zelfdiscipline te maken en prioriteiten stellen. Dat afbakenen is moeilijk voor me. Als schrijver werkt het beter als ik een deadline heb, als er iemand achter me aan zit en me toeroept, komaan we hebben je nodig, je kan het, ga ervoor! En dat heb ik zo’n beetje in alles. Die externe motivatie is ook nodig, dat gevoel dat het er toe doet. 

Intern weet ik maar al te goed dat het schrijven voor me levensnoodzakelijk is, een soort ademen, een tweede adem vinden wanneer het allemaal tegenzit, even weg kunnen duiken wanneer de wereld rondom je teveel wordt of gewoon rust vinden in de muziek van het ratelen van letters op je toestenbord. Maar ach wat zijn er zoveel drogreden om dat telkens niet te doen, tenzij iemand van de zijlijn je af en toe port. Maar nu terug naar de boekenbeurs.


 
Daar zitten heeft iets en is tegelijk heel confronterend.
Je zou willen roepen: “Kom dat zien! Hier werk, bloed, zweet en tranen in woorden gegoten!”
Maar dat kan je niet.
Je kan je eigen werk toch niet verkopen als een tros bananen of een mandje overrijpe aardbeien?

Dus je zit er en glimlacht tot je denkt dat je met jouw glimlach iemand hebt kunnen lokken en je vertelt over je werk waarna je of een enthousiaste reactie krijgt of een eerder honende opmerking: “Ja dat kan wel zijn, maar niet voor mij.” Want jeugdliteratuur dat dan nog magisch realistisch is (fantasy in een echte wereld) dat is maar niets.
Dus je blijft glimlachen. Het voelt vreemd aan en is zeker niet zo indrukwekkend als je denkt. Je doet belachelijk weinig buiten af en toe een handtekening zetten en voelt je leeg nadat jouw sessie voorbij is. Hoe dan ook zitten op de boekenbeurs bezorgd me de bleus, een boekenbeursbleus. Toch wil ik nog terug, liefst met solowerk. 

Als de laatste zitting voorbij is beslis je om zelf nog even te snuisteren en ga je meer boeken kopen dan wat je die dagen verdiend hebt. 

Je steunt jonge dichters, collega jeugdauteurs en vult je tas verder met boeken die je moeten helpen bij de research voor je volgend boek. Boeken van oude rotten en jong mooi aanstormend talent en op de één of andere manier weten zij dat de vorm de inhoud beter verkoopt, dan andersom. Dus je moet niet alleen meer iets te vertellen hebben en dit goed willen doen -wat zelfs op de laatste plaats lijkt te komen, als je de recente verkiezingsuitslagen in deze wereld wat volgt- je moet het ook nog eens goed weten in te pakken en te presenteren, die verpakking moet glimmen en lokken.
Wel dames en heren ik heb nog veel te leren vrees ik. 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Ik ben geen konijn.

Wat nu met dat eten?"Ik ben geen konijn." Dat is inderdaad wat mijn vader altijd zei als er teveel groenten op tafel kwamen. Dat komt nog vanuit een andere generatie. Bewust eet ik anders nu, al is het maar om die voetafdruk te verkleinen. Maar het wordt me de laatste tijd niet gemakkelijk gemaakt. Ik eet tegenwoordig erg veel salade. Toch een konijn? Waarom?

Over zeven nachten zonder

Zeven nachten werden zeven jaren of toch zoiets. De tijd gaat snel en elke gedachte die je onderzoekt en elke zin die je uitpuurt telt mee, het maakt de tijd vol en voor je het weet zijn je verhalen gegroeid en nemen zij hopelijk een stukje van je mee zodat je zelf lichter wordt.
Nu, de vier staat al vooraan op mijn telraam, maak ik mijn solodebuut als schrijver. Wilde ik het eerder? Neen, niet echt. Als dichter had ik ze al gemaakt, als co-scenarist en co-schrijver ook. Maar nu was het tijd om iets meer van mezelf te laten zien. En dat doe je pas als je er klaar voor bent. Of niet. Dat is de sprong die je dan waagt, met alle fouten die er nog aan kleven. Uiteindelijk moet je er zelf ook door leren. Met deze “Zeven nachten zonder”, ingeleid door een proloog en omwikkeld met een epiloog, laat ik de lezer kennismaken met zeven personages op zoek naar… de liefde of?
Trots
Ja, het maakt me trots dit boekje te zien liggen zo tussen Jeroen Meus en andere kookgoden in de lokale krantenwinkel. …

Over de verantwoordelijkheid van de (sociale) media